5. De afstemming; PSM, PMT en PT

August 11, 2009

Dinsdagochtend 11 augustus om 07:45 uur zat ik beneden op de bank in de zogeheten meepo; de gezamenlijke ruimte. Een bank was in dit geval trouwens een groot woord. Het waren dikke zwarte metalen omhulzingen, met als bodem en rugleuning een houten plank en daar kussens van schuimrubber met een lichtgele hoes eromheen. Dezelfde banken stonden ook in de leefgroepen maar dan met een blauwe  kleur hoes.

 

Ik zat recht tegenover de trap en zag om 10 voor 8 vier jongeren al gapend de trap af lopen. Brenda, een lang meisje van 16 met zwart krullend haar en Guus, een slanke jongen van 17 met sluik halflang blond haar uit leefgroep 1. Daar achteraan Josje en Linde (19) uit mijn eigen leefgroep. Een paar tellen later hoorde ik de deur van het sociokantoor en iemand die hem op slot draaide. Ook Tom liep de meepo in met een bruine map onder zijn arm en pakte een stoel van de stapel terwijl hij zei: "Goeiemorgen allemaal, goed dat jij er ook bij bent Roos. Wie van jullie wil Roos uitleggen wat we hier doen?"

De corveeërs waren duidelijk nog niet wakker aan hun  slaperige gezichten en dichtgeknepen ogen te zien. Het duurde dan ook even voordat er antwoord kwam. Brenda en Guus leken erg chagrijnig en Linde leek nog te dromen, dus het verbaasde me niet dat het antwoord uiteindelijk van Josje kwam:

"Wij hebben corvee vandaag, dus moeten we retevroeg ons bed uit, 10 voor 8 dus en dan moeten we controleren of het corvee van gisteren goed is gedaan. Als dat niet zo is, dan moeten we die mensen die corvee hadden wakker maken en dan mogen we niet ontbijten tot het gebeurd is. Ook krijgen ze een kruisje in de map. Als je te laat beneden bent voor corvee krijg je ook een kruisje. Het verschilt steeds wat de consequentie is voor een kruisje, dat bepaalt de WVC."

Tom knikte bedenkzaam en zei: "Ja, ja, inderdaad. Goed uitgelegd Josje, dank je wel. Jij bent er bij Roos, zodat je kunt kijken hoe het in z'n werk gaat. Zoals je weet heb je de komende ander halve week nog geen corvee, maar dan weet je vast wat je moet doen als je het wel krijgt." Vervolgens liepen Brenda, Guus, Linde en Josje elk hun eigen leefgroep in en keken ze of de afwas was gedaan, er was gestofzuigd, de keuken was gedweild en of de eettafel en de zithoek schoon waren. Dat bleek allemaal gebeurd te zijn (wat de laatste tijd steeds minder voorkwam), dus Josje en Linde konden beginnen met de tafels dekken voor het ontbijt in leefgroep 2. Ik probeerde nog aan te bieden om te helpen en Josje vond het best, alleen Linde was streng en zei: 'Sorry, maar ik mocht het toen ook niet".

Oké, oké. Ongemakkelijk ging ik maar weer op de bank zitten kijken hoe zij al het werk deden.

 

 

Om 10 over 8 zaten alle jongeren en Otto aan de eettafel voor het ontbijt. Af en toe zei er iemand wat, maar een echt gesprek kwam er niet op gang, totdat Linde zei:

"We moeten nog een motto bedenken voor de PSM".

"O ja", werd er uit diverse hoeken gemompeld en vervolgens viel het stil omdat er hoogstwaarschijnlijk werd nagedacht. Om half 9 moest Otto terug naar het sociokantoor omdat hij overdracht had. Dat hield in dat hij met alle socio's maar ook met alle therapeuten en meneer den Duijn de PSM zou gaan voorbespreken.

De jongeren kwamen tot de conclusie dat ze geen motto konden bedenken en de tafel werd afgeruimd.

 

 

PSM

Ik volgde rond kwart voor 9 de jongeren naar de meepo, waar al een aantal jongeren op de bank zaten en op stoelen naast de banken. Ik vermeed zo veel mogelijk nieuwe gezichten en ging naast Kay zitten, maar toch kwamen er een paar jongeren zich aan mij voorstellen, vooral uit de daggroep. Al gauw werd een kring gevormd en toen ik het sociokantoor weer open hoorde gaan, volgde even later een rij met waarschijnlijk therapeuten waarvan sommigen tot mijn schrik recht op mij af liepen. Ze stelden zich aan me voor.

Een vrouw met kort donkergrijs 'stekeltjes haar' in een trainingspak stelde zich als eerste voor: "Erica, psychomotorisch therapeut", zei ze met een brede glimlach. Toen Erica wegliep om ook een stoel van de stapel te pakken stond achter haar een kleine vrouw met halflang steil blond haar en zei tegen me: "Hallo Roos, ik ben Jeanette, psychotherapeut van Blauw en Wit".

Na haar volgde Peter den Duijn die zei: "Dag Roos, goed je weer te zien", daarna volgde een vrouw met rode krullen waarbij ik al zo'n idee had wat voor therapie zij zou geven. Ze zei: "Hallo, ik ben Janine, creatief therapeut". Ha, had ik het toch goed.

Tot slot stond er nog een vrouw op met lang blond golvend haar die inmiddels al in de kring zat en schijnbaar ineens merkte dat ik daar zat. Ze kwam vluchtig op me af en zei glimlachend: "Hi Roos, sorry ik was alweer druk in gesprek. Ik ben Anouk, psychotherapeut van Blauw en Rood en ben ook jouw coördinerend therapeute. Ik zie je vanmiddag als het goed is nog even voor de introductie" en ze ging snel weer zitten.

 

Nadat alle therapeuten hadden plaats genomen nam meneer den Duijn (die door de jongeren gewoon Peter genoemd bleek te worden) het woord: "Goedemorgen. Allereerst: is iedereen er die er kan zijn, wil zijn, moet zijn? Wie missen we nog?"

 

Nadat er goed werd rondgekeken, werd geconcludeerd dat iedereen aanwezig was.

"Goed. Mooi. Welkom allemaal bij deze PSM. Roos, heeft iemand jou al verteld wat dit programma inhoudt?"

 

Toen alle hoofden abrupt mijn kant opdraaiden kreeg ik zowat een hartverzakking. Ik schudde voorzichtig mijn hoofd.

"Wie is haar coach?", vroeg Peter nu aan de hele groep en gelukkig keken de hoofden nu weer rond.

"Ik", zei Kay. "De PSM staat dus voor Patient Staff Meeting en houdt in dat we aan de hand van motto's de sfeer op de afdeling bespreken."

"Dank je Kay. Is het voor jou zo duidelijk genoeg Roos?"

"Eh. Ja, het wordt vanzelf wel duidelijker denk ik", zei ik snel en voelde alle ogen weer op mij gericht.

"Mooi zo. Oké. Motto's..." Het was geen vraag, maar na een korte stilte zei iemand uit leefgroep 1:

 

"Wij hebben een motto." Het was Tony. Een jongen met een soortgelijke kledingstijl als Kay, maar dan wat jonger. Hij zat in Rood.

 

"Leefgroep 1 heeft een motto. Nog meer?", vroeg Peter.

"De daggroep heeft een motto", zei Sabrina, een lang meisje met lang bruin haar.

"Leefgroep 2 heeft geen motto", zei Kay.

"De staf heeft wel een motto", zei Jeanette.

"Klopt", bevestigde Peter. "Wie wil er beginnen?"

Tony vertelde de motto van leefgroep 1: 'Een goede start van de dag begint met een ontbijt' en legde daarbij uit: "We willen hiermee zeggen dat we het vervelend vinden wanneer het ontbijt later begint omdat het corvee van de vorige avond nog niet is gedaan. We mogen daarna dan wel ontbijten, maar dat moet dan haastig voor we PSM hebben of afdelingsvergadering of een evaluatie in de grote groep. En dat is gewoon irritant. Dus onze vraag: doe gewoon je corvee op tijd, dan is er niets aan de hand." De daggroep bleek ongeveer hetzelfde motto te hebben:

"Ja, sommigen van ons moeten heel vroeg van huis om naar de kliniek te reizen en dan horen we dat de PSM of wat dan ook nog niet mag beginnen. Persoonlijk ben ik dan best pissig, want dan had ik nog lekker in m'n bed kunnen liggen", zei Johnny (19), een jongen uit Wit en de daggroep.  Dat zette gelijk de discussie op gang: wie doet steeds zijn of haar corvee niet?

Het werd gelijk rumoerig en al gauw greep Peter in door kalm te zeggen:

"Volgens mij moet het er over gaan waarom het zo lastig is om 's avonds corvee te doen. Wie kan hier wat over zeggen?"

 

Vervolgens gaven een stuk of 2 jongeren toe dat zij het wel eens vergaten, of dat groepsgenoten vergaten de corvee van een zieke over te nemen. De reden dat het vergeten werd, was volgens de meeste jongeren omdat de therapie dagen zo intensief kunnen zijn en je dan te moe bent. Ook was het zo dat sommigen na zo'n drukke dag veel behoefte hebben aan vrije tijd, vooral omdat het 's avonds nog zo lekker is 's zomers. Ze wachten dan tot het laatste moment met corvee om het vervolgens gewoon te vergeten.

 

 

Het motto van de staf, oftewel de therapeuten was: 'Wat gaat er met het rookhok gebeuren?' Tom zei: "Het rookhok is nu al in tijden niet schoongemaakt dus mag hij niet open en kan er na half 11 's avonds niet meer gerookt worden, omdat zoals jullie weten de buitendeuren dan op slot gaan. Onze vraag is of jullie van plan zijn hier nog iets aan te gaan doen?"

 

Katja en Lindsay stelden voor om een nieuw schoonmaak rooster te maken, zodat hij weer open zou kunnen. Op dat moment zei Peter: "Goed, het is ook tijd."

 

Alle ogen gingen naar de klok of naar hun horloge. Het was inderdaad alweer kwart over 9.

 

Iedereen stond op. De therapeuten zetten allemaal hun stoel weer op een stapel en liepen met z'n allen het sociokantoor in. Ik vond het wonderbaarlijk dat ze er allemaal in pasten aangezien het kantoor niet bepaald groot was.

De jongeren liepen alle kanten uit. Sommigen gingen naar boven, sommigen de leefgroep in, maar veruit de meesten gingen buiten staan roken. Ze zouden om 5 over half 9 allemaal therapie hebben, behalve ik dan.

 

Uiteindelijk ben ik maar met een boekje in de leefgroep gaan zitten. 'Taal is zeg maar echt mijn ding' van Paulien Cornelisse. Het was fijne afleiding aangezien het mij soms hardop deed lachen tot de slappe lach aan toe. Taal was namelijk ook mijn ding en daarom herkende ik veel observaties van mevrouw Cornelisse in mijn eigen observaties van het dagelijks leven.

Toen het ongeveer half 11 was, kwamen de eerste jongeren alweer binnendruppelen. Op mijn afstemmingsrooster in de leefgroep las ik: '11:50 uur, koffiepauze in de meepo'.

 

Nadat ik op mijn kamer even wat spullen had opgeruimd en de trap weer af kwam, zaten alle therapeuten plus Peter in de meepo rondom twee kleine ronde tafeltjes. Daarop stonden dienbladen met kopjes en twee thermoskannen met koffie en thee.

 

Voorzichtig schuifelde ik richting de groep en Erica zei als eerste enthousiast: "Roos, kom er gezellig bij! Wil je koffie, thee, een koekje?" Ik ging zitten op de stoel naast haar die zij naar mij toeschoof en antwoordde dat ik wel een kopje thee wilde.

 

Tom verkondigde: "Een koekje gaat helaas niet want de koekjes zijn nu alweer op! We hebben een koekjesmonster op de afdeling! O das een leuk motto voor de PSM, die moet ik onthouden." Ik moest lachen. Ik mocht Tom ook wel. Op dat moment zag hij Linde leefgroep 2 uit lopen. "Hee Linde, potje tafelvoetbal? Wil je nog revanche op gisteren?", zei hij grijnzend.

 

Terwijl Tom en Linde met veel enthousiasme (en fanatieke uitroepen) aan het tafelvoetballen waren in de hoek van de meepo naast de deur van leegroep 2, bekeek ik vanuit mijn eigen hoekje hoe het koffie pauze ritueel er aan toe ging. Constant stonden er mensen op die weggingen en er kwamen ook weer mensen bij. Therapeuten waren met elkaar druk in gesprek, maar ook met jongeren. De gespreksonderwerpen liepen uit één van voornamelijk praktisch, zoals ik Jeanette hoorde zeggen tegen Martijn: "We moeten nog een afspraak maken voor je individueel", maar ook gezellig, zo hadden Erica, Janine en Sabrina het over hun favoriete vakantieland.

Gelukkig werd er tegen mij niet veel gezegd zodat ik mijn favoriete rol kon aannemen: de onzichtbare toeschouwer.

 

PMT

Toen het kwart over 11 was stond Erica op en zei: "Roos, vergeet je niet dat je over 5 minuten met mij een introductie hebt? Ik ga alvast, ik zie je zo wel bij de receptie." O shit! Weer bijna een programma vergeten.

Erica kwam joggend terug de meepo in: "O en neem binnensport schoenen mee als je die mee hebt" en ze jogde weer weg.

Ik had geen binnensport schoenen bij me, dus na mijn thee op te hebben gedronken snelwandelde ik over het terrein naar het hoofdgebouw.

Eenmaal bij de receptie aangekomen, kwam Erica ook net aanlopen.

"Hai Roos, goed op tijd. Helaas is de PMT zaal al in gebruik, miscommunicatie. We gaan even naar een alternatieve ruimte."

We liepen de smalle gang links van de wachtkamer in, met aan weerskanten net als op de tweede verdieping heel veel kantoren/kamers. Omdat de gangen niet recht liepen (door de aparte architectuur van het gebouw) en we een aantal deuren passeerden die open gingen met zo'n 'druppel'; een digitale sleutel, voelde ik me verdwaald. Ik had geen idee meer waar we vandaan kwamen.

Uiteindelijk kwamen we aan bij een kleine kamer met een aantal sportspullen.

"Zo. Kom zitten", zei Erica en wees naar twee yoga ballen midden in de kamer.

"Nou, allereerst welkom bij PMT. Dit is dus niet de zaal waar de jongeren normaal gesproken PMT krijgen, maar die zie je later wellicht nog wel. Hoe gaat het met je zo op de tweede dag van de afstemming? Hoe heb je geslapen?"

"Wel goed op zich", antwoordde ik. "Ik was erg moe gisteren, dus ik ben denk ik vrij snel in slaap gevallen."

"O dat is mooi. Je hebt natuurlijk veel nieuwe indrukken te verwerken gekregen gisteren. Hoe gaat het slapen in het algemeen? Hoe ging het thuis? Heb je daar problemen mee?"

"Nou, thuis kon ik wel vaak moeilijk in slaap komen door veel piekeren en wakker worden was ook wel moeilijk."

"Slaap je wel door? Word je vaak wakker 's nachts?"

"Nee niet echt. Ik slaap wel door."

"Oké. De reden dat ik dit vraag... of nou ja, ik zal gelijk maar vertellen wat PMT eigenlijk inhoudt...", zei Erica e peinzend.

"PMT staat dus voor Psychomotorische Therapie, ook wel bewegingstherapie genoemd. Deze therapie gaat ervan uit dat je lichaam onlosmakelijk verbonden staat met je geest, oftewel: als er iets met je geest aan de hand is, gebeurt er ook iets met je lichaam. Dit werkt ook andersom! Het komt vaak voor dat jongeren op de KP ook lichamelijke klachten ervaren, als bijvoorbeeld veel hoofdpijn, buikpijn, maagklachten enzovoort. Omdat lichaam en geest zo met elkaar in verbinding staat, willen wij de jongeren aansporen in beweging te komen. De grootste reden dat de jongeren hier zijn opgenomen, is dat zij in hun leven dusdanig zijn vastgelopen dat zij niet meer verder kunnen. Door in beweging te komen, hopen we te bereiken dat andere zaken in het leven van de jongere ook weer in beweging gaan komen. Daarnaast is het ook bewezen dat bij sporten en bewegen bepaalde stofjes vrijkomen die je een blij gevoel geven. Vooral bij een depressie is bewegen dus erg belangrijk. Snap je een beetje wat ik vertel Roos?"

Ik knikte. Het klonk logisch wat ze zei, al vond ik het wel een beetje zweverig klinken dat hele lichaam-en-geest-met-elkaar-in-verbinding-staan.

 

"Doe jij eigenlijk aan sport Roos?", vroeg Erica.

"Ehm. Nu niet meer, maar ik heb twee jaar geleden wel op voetbal gezeten en heel vroeger ook op bowlen, maar dat vind ik niet echt een sport", zei ik.

"Geen sport?!", riep Erica verbaasd. "Hoezo niet?!"

Ik schrok van haar reactie. "Eh... Nou.. eh... Ik vond het wel leuk, maar ik vind het niet echt een sport omdat je er niet veel bij hoeft te bewegen. Je staat op, gooit een bal en gaat weer zitten. Ik heb wel echt trainingen gehad en ik deed mee aan kampioenschappen en zo, maar ik ben gestopt omdat ik echt een sport wilde doen om conditie te krijgen. Toen ben ik op voetbal gegaan."

"En die kampioenschappen, heb je wel eens gewonnen?"

"Ja één keer verenigingskampioen en één keer kampioen van Noord-Holland met ons team", zei ik beschaamd. Ik vond kampioen zijn in bowlen nou niet iets om over op te scheppen, eerder om me voor te schamen. Dat was uiteindelijk ook de grootste reden om er mee te stoppen toen ik een jaar of 15 was, maar dat hield ik maar voor mezelf. Na Erica's reactie al helemaal.

"Nou, wat goed! Daar zou ik juist trots op zijn Roos! Ik ben namelijk super slecht in bowlen kan ik je verklappen. Gelukkig ben ik weer goed in andere sporten." Ze gaf me een knipoog.

Ik vond Erica aardig en een lieve uitstraling hebben, maar verder kon ik haar moeilijk peilen en volgen af en toe. Ze leek steeds veel na te denken en daardoor soms ook een beetje afwezig.

"Hoe zit het verder met bewegen? Beweeg je veel op een dag? Wandelen, fietsen, het huishouden doen, traplopen. Hoe zit dat bij jou?", vroeg Erica verder.

"Ik fiets veel. Vroeger 20 minuten heen en terug naar school en de laatste tijd ga ik gewoon een stuk fietsen. Ook loop ik wel eens door de stad in Amsterdam. Een beetje naar winkels kijken in de Kalverstraat bijvoorbeeld."

"Oké. Wat goed. Winkels kijken vind ik ook altijd leuk om te doen hoor, maar vooral dat fietsen vind ik goed. Dat is namelijk een goede activiteit om in beweging te zijn, maar toch tot ontspanning te komen. Klopt dat bij jou ook Roos?"

"Ja, een beetje wel."

"Een beetje?"

"Ja, omdat ik soms ga fietsen wanneer het voelt alsof mijn hoofd gaat ontploffen. Dan zit het zo vol lijkt wel, dat ik gewoon even weg moet en dan helpt het wel om weg van huis te fietsen naar een natuurgebied bij Landsmeer. Er is een bankje aan een meer waar ik dan altijd ga zitten en dan denk ik veel na en moet ik soms ook huilen, maar ik word wel rustiger denk ik."

Erica viel weer stil wat vaak gebeurde. Ze keek dan peinzend omhoog terwijl ze met één hand aan haar kin zat. Uiteindelijk zei ze: "Blijf dat maar vooral doen Roos. Als je hier wordt opgenomen en het wordt je in het weekend te veel, houd het vast om dan een stuk te gaan fietsen." Ik knikte.

"Oké, ik ga je nog wat meer vertellen over PMT", besloot Erica. "Het verschilt per therapiegroep hoe ik te werk ga bij PMT. Zo hebben de jongeren en ik gemerkt dat Blauw bijvoorbeeld veel moeite heeft met PMT. Ik weet nog steeds niet precies waarom. Ze zeggen dat ze niet goed weten wat ze er aan hebben en kunnen nogal tegendraads zijn. Pas halverwege hun behandeling gaan de meeste Blauwen pas het nut inzien en sommigen dan nog steeds niet.

Wit daarin tegen, zegt juist veel te hebben aan PMT. Ze hebben het niet voor niets twee keer in de week. Blauw heeft weer twee keer in de week Creatieve Therapie, omdat zij daar wel weer heil in zien. De Witten hebben vaak weer veel moeite met Creatieve Therapie.

 

In ieder geval begint de PMT altijd in een kring en laat ik de jongeren kiezen wat zij willen gaan doen. Heel soms zal ik zelf een spel of oefening inbrengen, maar dat gebeurt zelden. Ik vind het belangrijk dat jongeren zelf het initiatief nemen om in beweging te komen en als dat niet gebeurd zal ik ze daar wel toe aansporen. Qua bewegen is van alles mogelijk, van trampoline springen tot het bouwen van een 'hemelbed', van turnen tot badmintonnen, van basketballen tot yoga en ontspanningsoefeningen.

Sommige jongeren hebben veel last van agressie en voor hen helpt het om bij PMT te slaan tegen een boksbal. Hoe zit dat bij jou? Met agressie bedoel ik dan."

Ik dacht even na.

"Ik word eigenlijk nooit echt boos", concludeerde ik uiteindelijk.

"Nee? Nooit?", vroeg Erica ongelovig.

"Nee niet dat ik me kan bedenken", zei ik en voegde er aan toe: "Ik vind boosheid een nutteloze emotie eigenlijk. Het is alleen maar vervelend en het lost niets op."

"Maar wat doe je dan met boosheid die je voelt?"

"Die voel ik niet."

Erica dacht weer na en wreef over haar kin.

 

"Ik ben iemand die van onverwachte situaties houdt, jij ook?", vroeg Erica plotseling.

"Eh... dat ligt eraan?", zei ik voorzichtig.

"Ik ga je vragen bokshandschoenen aan te trekken", verkondigde ze vastbesloten.

Ze wees naar een krat in de hoek van de kamer. O jee... Ze wilde toch niet...

"Ja, goed zo, doe ze maar eens aan."

O god. Nee hè! Ik trok met onderdrukte tegenzin de bokshandschoenen aan. Ondertussen had Erica er een schuimrubberen kussen bij gepakt.

"Goed, ik wil je vragen om eens tegen dit kussen te slaan".

Ik raakte een beetje in paniek. Dat wilde ik helemaal niet, maar ik wilde dat niet laten merken. Na een korte innerlijke worsteling kon ik me er toch toe zetten om de kussen lichtjes een duw te geven.

"Je mag best wat harder slaan hoor Roos, ik kan wel tegen een stootje. Het hoeft niet als je niet wil, maar het mag wel".

Wederom wilde ik mezelf niet laten kennen en sloeg nu wat harder. Ik zag aan Erica dat ze er veel meer van verwachtte, maar ik vond het zo wel goed.

"Mag ik je ondertussen wat vragen blijven stellen Roos?", vroeg ze me.

"Ja hoor", zei ik en ik hoorde een lichte trilling in mijn stem van de spanning.

"Hoe vind je PMT tot nu toe? Wat ik er over verteld heb?"

"Ik snap ongeveer, hoe het werkt denk ik. En ik denk, ook wel, dat ik er wat, aan kan hebben, omdat ik gym op school, ook altijd leuk, vond", zei ik terwijl ik nonchalant door probeerde te slaan.

"Niet dat ik, denk dat, dit een gym, les is hoor, maar, ik vind, sporten, wel, leuk, bedoel ik, al ben, ik, er niet, zo goed, in".

"Waarom denk je dat? Zal ik het van je overnemen trouwens? Vind je het oké als ik nu even ga slaan?", vroeg Erica serieus.

Oké, dat verwachte ik niet. Ook verwachte ik niet dat Erica daadwerkelijk hard sloeg. Niet heel hard natuurlijk, maar wel op een manier waarop ik moeite moest doen weerstand te bieden met het kussen.

"Omdat ik, bij gym vaak, onhandig was. Ik kreeg vaak een bal, tegen mijn hoofd", zei ik lachend.

"Hoe komt het dan dat je het toch leuk vond?"

"Nou ik had een hele leuke, gym docente in de eerste, en tweede klas. Ze was ook mijn mentrix en vertrouwenspersoon. Ze gaf heel leuk, les en was ook heel lief, waardoor, ik de lessen ook, gelijk heel leuk vond, ook al vond ik het sporten zelf, wel eng."

"Eng?"

"Ja, dat ik weer iets stoms, of onhandigs deed."

"Hoe heet je mentrix?"

"Reneé heet ze. Ik heb nu nog steeds contact met haar" en ik merkte dat ik onwillekeurig nogal trots klonk toen ik dat zei.

"Klinkt alsof ze veel voor je betekent."

"Ja dat is ook wel zo", bekende ik nu weer een beetje beschaamd. Ik vond het aan de ene kant stom dat ik zo opkeek tegen een lerares en zo graag contact met haar wilde houden, maar aan de andere kant was ik ook blij en ook wel een beetje trots dat zij dat contact ook met mij wilde houden. Ik zag er tegenop afscheid van haar te moeten nemen toen het eindexamen was geweest (afgezien van mijn plannen destijds), maar gelukkig gaf ze zelf als eerste aan dat ik altijd bij haar langs mocht blijven komen en ook altijd mocht bellen of mailen. Iets wat ik niet snel meer zou doen na onze geschiedenis samen, maar het idee dat ze mij die mogelijkheid nog steeds aanbood was voor mij genoeg en voelde bijzonder.

"Gaat het?", vroeg Erica me terwijl ze stevig doorsloeg.

"Jawel", loog ik. Ik vond het lastig dat kussen nog langer te blijven vasthouden en voelde mijn armen gaan trillen. Dit keer vanwege spierspanning.

Gelukkig stopte ze een minuut daarna. Ik had niet gezien of ze gemerkt had dat ik het niet meer volhield. Ze zei:

"Zo. Heb jij eigenlijk nog vragen aan mij Roos? Over de PMT?"

"Nee eigenlijk niet, ik ga het wel gewoon zien denk ik".

"Oké. Dan denk ik dat we het hierbij kunnen afronden. Geef het kussen maar aan mij", en ze legde de boks-attributen weer in de krat.

"Kun je de weg nog terug vinden denk je?"

Ik wist wel zeker van niet. Daar kon ik me niet uit bluffen besloot ik, dus liep Erica nog een stukje met me mee tot we bij een buitendeur kwamen die leidde tot terrein ten hoogte van de kinderkliniek; ongeveer te midden van de afstand tussen het hoofdgebouw en de KP. Een handige kortere route. Ik liep terug naar de KP terwijl ik het gesprek van net nog eens in mijn hoofd afspeelde. Heb ik weer stomme dingen gezegd?

 

 

Deel 2

Niet veel later, kwart voor 1 om precies te zijn, waren Josje en Linde alweer de tafel aan het dekken toen ik de leefgroep binnenkwam. Mokkend haalde Linde ook brood, beleg en fruit uit een krat naast het aanrecht. Het bleek de taak van de nieuwste jongeren op de groep te zijn om in de voedselcommissie te zitten. Dat hield in dat zij de 'vers-lijst' moesten inleveren, oftewel het boodschappenlijstje voor het brood, beleg, zuivel en fruit. Dit werd dan gebracht in kratten naar alle klinieken. De KP was de enige kliniek die dit zelf moest regelen. Ook moesten zij vervolgens weer de kratten uitruimen en het eten weggooien dat inmiddels over datum was.

 

In ieder geval had Regina de krat nog niet uitgeruimd, vandaar dat Linde stilletjes aan het mokken was en Josje maar tegen haar zei: "Linde! Laat het dan gewoon staan, laat het haar zelf doen!"

"Nee want straks is alles alweer bedorven. Ik doe het wel."

 

Het was tijd voor de lunch. Ik had het opgegeven om nog te proberen de tafel te dekken. Met Linde in de buurt tenminste...

Dit keer kwam het gesprek aan tafel veel meer op gang. Katja, Jim en Martijn waren erg uitgelaten en ook de anderen jongeren en Otto lachten mee. Op een gegeven moment vroeg iemand naar het zwarte apparaatje met een rode knop dat naast Otto's bord en sleutels op tafel lag. Hij legde uit dat het zijn pieper was en dat hij opgeroepen kon worden om snel naar een andere kliniek op het terrein te gaan als ze hulp nodig hadden. Wat voor hulp dat was liet hij een beetje in het midden.

 

Kwart over 1. Na haastig te hebben afgeruimd, kwam Peter de leefgroep inlopen. Dat voelde een beetje vreemd al was het pas mijn tweede dag op de KP. Peter hoorde voor mijn gevoel niet verder dan de meepo te komen. Het hoofdgebouw was zijn gebied.

Peter trok zich daar niets van aan want hij en Simon pakten er een stoel van de eettafel bij om zich te voegen bij de jongeren die zich al hadden geïnstalleerd op de banken in de zithoek.

"Goed. Voortgangsuur", zei Peter. "Wie missen we nog? Hebben we iedereen?"

Katja kwam net binnenlopen vanaf het terras. "Kom gauw zitten Katja, dan kunnen we beginnen." Otto had een kladblok op schoot en een pen in de aanslag.

"Roos, heeft iemand jou al verteld over voortgangsuur?", vroeg Peter aan mij.

"Nee, sorry, weer vergeten te vragen", zei ik verontschuldigend tegen Kay.

"Geeft niet hoor, je hoort het niet aan mij te vragen, ik hoor het je gewoon te vertellen maar ik vergeet het steeds. Ehm. Nou voortgangsuur is elke dinsdag en eigenlijk zit Gea, de systeemtherapeute er ook altijd bij, maar die is al een tijdje ziek. Nu dus alleen Peter. Verder ehm. Moet iemand zijn evaluatie om de 3 maanden voorlezen in de leefgroep. Die is ingevuld door zichzelf en twee groepsgenoten. Één iemand uit de leefgroep en één iemand uit de therapiegroep. Dan bespreken wij die hier en aan het einde moet je je evaluatie dan inleveren bij het sociohok en dan gaat de staf over je vergaderen in de PB; de patiënten bespreking. Daarna heb je je individuele evaluatie met je coördinerend therapeut en een socio. Daarin koppelen ze aan jou terug wat ze in de vergadering hebben besproken en moet je je behandelplan met nieuwe doelen weer tekenen voor de komende 3 maanden. De volgende stap is je evaluatie bespreken in een systeemgesprek met Gea en daarna dus vertellen in de grote groep.

Naast de evaluatie kunnen in het voortgangsuur ook dingen worden aangevraagd, zoals medicijnen, individuele therapie en bijzonder verlof. Dat was het zo'n beetje geloof ik."

Peter knikte. "Dank je wel voor deze uitgebreide beschrijving Kay. Is het duidelijk voor jou Roos?"

Ik knikte terwijl ik uit zenuwen geen woord had meegekregen van wat Kay had gezegd. Iets met Gea die ziek is en evaluaties. "Goed. Wie heeft er zijn of haar evaluatie?"

 

Ah, zie je, toch het woord evaluaties goed opgevangen.

Het bleek dat Josje aan de beurt was. Ze las inderdaad voor wat ze had ingevuld bij bepaalde vragen en ook wat anderen voor haar hadden ingevuld. Er werd aan haar gevraagd of ze het er mee eens was en of anderen uit de leefgroep nog iets aan te vullen hadden.

Verder wilde Martijn individuele therapie aanvragen en Josje een bepaalde regeling waar ik niets van begreep: 'K3', ofzoiets. Het leek me in ieder geval sterk dat het om een optreden ging van het bekende damestrio, waar Josje - ondanks haar naam - mij geen fan van leek.

 

Na 3 kwartier vrije tijd was het alweer tijd voor het volgende: het zomerprogramma.

"Normaal gesproken hebben we van half 2 tot 4 uur school op de Spinaker, maar omdat het nog zomervakantie is hebben we een zomerprogramma dat is georganiseerd door de socio's en deels door de WVC. Vandaag gaan we volleyballen op het basketbalveld. Doe je ook mee?!"

 

Sommige jongeren zoals Jim, Linde, Sabrina en Johnny leken er wel zin in te hebben, maar anderen liepen met lood in hun schoenen richting het veld. Ik voelde me zelf enigszins 'overdressed' aangezien ik als enige sportkleding had aangetrokken. Kay stelde me een beetje gerust en zei: "Maakt toch niet uit joh? Nu kan jij tenminste beter bewegen en maakt het niet uit als je kleren vies worden."

Uiteindelijk had ik wel meegedaan hoe eng ik het ook vond. Ik kreeg er steeds meer lol in. Gelukkig was het niveau ook niet heel erg hoog. Het was uitzonderlijk als de bal 3 keer teruggespeeld werd over het net. Dat maakte het al een stuk minder eng.

Simon was scheidsrechter en riep mij na drie kwartier spelen naar zich toe: "Roos, kom eens. Vergeet je niet dat je over een kwartier je introductie met Anouk van Houten hebt?"

 

"Nee dat weet ik. Is het goed als ik me nog even ga omkleden?", vroeg ik.

"Natuurlijk, we laten wel iemand voor je invallen. Leuk dat je meedeed Roos!"

 

Precies om 4 uur meldde ik mij bij de receptie. "Je mag plaatsnemen in de wachtkamer en dan komt mevrouw van Houten je zo snel mogelijk halen."

 

"Dank u wel", zei ik terwijl ik me ineens realiseerde dat Max en Anouk dezelfde achternaam hadden! Zouden ze getrouwd zijn? Of familie? Nee ze lijken niet op elkaar... Of wel? Terwijl ik verder zocht naar mogelijk verbanden tussen de achternamen van mijn ITB'er en coördinerend therapeute, zag ik toen ik de wachtkamer in wilde lopen tot mijn schrik dat het nu een stuk drukker was. Nadat ik bijna fluisterend de mensen "goedemiddag" had gewenst ging ik op de enige lege plek naast het tafeltje met de tijdschriften zitten. Net toen ik een tijdschrift wilde pakken hoorde ik Anouks stem bij de receptie. Ze draaide zich om en liep naar de wachtkamer toe.

"Roos, loop je met me mee? We gaan naar boven."

In stilte liep ik achter haar aan. Dit maal liepen we maar 1 trap op. Terwijl we door de gang op de eerste verdieping liepen vroeg ze me:

"Ik begreep dat jullie vandaag weer zomerprogramma hadden. Heb jij ook meegedaan?"

"Ja, we gingen volleyballen."

"Leuk! Leuk ook dat je al meedeed. We hebben kamer 128, die is als het goed is... hier." Ze opende de kamer waar we waren gestopt aan de rechterkant van de gang. Er stonden twee stoelen aan het raam met daartussen een klein rond bijzettafeltje. Naast de deur stonden kratten met speelgoed en een groot poppenhuis op een tafel.

"Ga zitten", bood Anouk aan. Ik nam plaats op één van de stoelen en Anouk schoof haar stoel recht tegenover die van mij iets schuiner.

Renate vertelde me ooit eens dat therapeuten dat doen omdat het voor de cliënt ongemakkelijk kan zijn om recht tegenover een therapeut te zitten. Wanneer de therapeut de cliënt dan recht in de ogen aankijkt kan het dreigend overkomen. Wanneer ze schuin tegenover de cliënt gaan zitten, geeft dat de cliënt een gemakkelijker gevoel wanneer de therapeut hem of haar aankijkt, omdat ze bijvoorbeeld gemakkelijker naar een ander punt kunnen kijken. Het was wetenschappelijk bewezen dat cliënten zich op deze manier meer op hun gemak voelen.

Ik vond het grappig te merken dat Anouk haar stoel nu ook wat schuiner neerzette.

 

Ze had een witte spijkerbroek aan met daaroverheen een lange grijze tuniek van een lichte stof. Om haar middel droeg ze een brede grijze riem en had lange oorbellen in. Ook zij zag er erg goed verzorgd uit voor een therapeute vond ik. Net als Renate en Inge overigens die zich ook altijd leuk kleedden. Blijkbaar zou ik hier mijn beeld van een therapeut; een oudbollige, slecht verzorgde, verstrooide man of vrouw - behoorlijk moeten gaan bijstellen.

Ik schatte Anouk ongeveer 38 jaar, maar ik was altijd al slecht geweest in het schatten van leeftijden van mensen. Wat ik wel vrijwel zeker wist is dat zij de jongste van alle psycho- en vaktherapeuten op de KP was die ik had tot nu toe had ontmoet.

 

"Je hebt geloof ik ook al een anamnese gehad met Max en een intro van PMT met Erica, klopt dat?", vroeg Anouk en ik merkte dat ik alweer in gedachten verzonken was.

 

Ik keek snel op en knikte.

"Hoe vond je dat? Je hebt nu al een aantal keer je verhaal moeten doen."

"Ik vond het wel meevallen", zei ik naar waarheid. "Ik heb bij Renate en Inge in Haarlem ook al veel moeten praten."

 

"Vind je dat niet moeilijk? Naar wat ik heb begrepen uit je verwijsbrief die... Renate en Inge heetten je therapeutes?"

 

Ik knikte en Anouk noteerde wat op het kladblok dat ook zij bij haar had.

 

"Uit de brief die wij van hen kregen maakte ik op dat je al het één en ander hebt meegemaakt. Vind je het moeilijk daarover te praten?"

Ik dacht even na.

"Soms wel, maar omdat ik het verhaal vaak heb moeten vertellen ben ik er aan gewend geraakt en kan ik het vertellen alsof het gaat over het weer."

"Je voelt er dan niet zo veel meer bij, bedoel je dat?"

"Ja inderdaad. Dat maakt het makkelijker om het te vertellen."

Ze knikte terwijl ze weer even wat opschreef en keek mij vrij snel al weer aan.

 

"Voordat we afdwalen zal ik nog even het doel van dit gesprek uitleggen. Zoals je al hebt begrepen ben ik jouw coördinerend therapeute. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik met jou samen je behandelplan zal opstellen en ook zul je met mij en een sociotherapeut je evaluaties om de 3 maanden bespreken. Je krijgt dus veel met mij te maken. Ik geef trouwens ook groepspsychotherapie aan Blauw, maar over groepstherapie gaat Merijn jou het een ander uitleggen later deze week geloof ik.

Verder ga ik je in dit gesprek ook nog een aantal vragen stellen over onder andere je zelfbeeld, je gezinsgeschiedenis, je contact met leeftijdsgenoten, je klachten, hoe het zit met school of werk en wat je hobby's zijn. Heb je voordat we gaan beginnen nog vragen? Is er nog iets onduidelijk?"

Eventjes dacht ik erover te vragen of Max en zij man en vrouw of familie waren, maar zoals gewoonlijk ontbrak het me aan moed. Bovendien ging het me niets aan, dus schudde ik mijn hoofd.

 

"Oké, zou je allereerst jezelf eens kunnen beschrijven?"

 

Ik wist ongeveer wat ze bedoelde, maar ik wist het niet zeker en was bang iets stoms te zeggen. "Hoe bedoel je precies?", vroeg ik voorzichtig.

 

"Nou, kun je wat over jezelf vertellen, hoe zie jij jezelf, wat ben je voor persoon?"

"Oké. Ehm. Nou ik ben best wel vaak somber. Dat ben ik volgens mij altijd al geweest. Verder ben ik best wel perfectionistisch denk ik en ehm. Als ik mensen niet ken ben ik erg verlegen.  Tsja, meer weet ik eigenlijk niet."

"Weet je waar het door komt dat je je zo vaak somber voelt? Wanneer is dat ongeveer begonnen?"

 

"Volgens mij vanaf het overlijden van mijn broer", zei ik. "Vroeger had ik al vaak huilbuien, maar ik wist nooit waarom ik dat had."

"Hoe oud was je toen hij overleed?"

"6 jaar, hij was toen 19 jaar."

"Even voor mij om een goed beeld te krijgen hoor, maar klopt het dat het eigenlijk jouw halfbroer was?"

"Ja, hij had een andere vader, maar mijn moeder heeft hem in de Filipijnen zo goed als alleen opgevoed. Toch zie ik hem gewoon als een 'hele broer'."

"Nee, dat snap ik heel goed hoor! Jullie zijn samen opgegroeid en hij was ook een stuk ouder dan jij begrijp ik. Ik vroeg het om even de feiten duidelijk te krijgen."

"Oké."Toen Anouk uitgeschreven was dacht ze even na, keek mij weer aan en vroeg:

"Kun je mij vertellen hoe het contact met jou en je broer was?"

 

"Goed. Ik weet niet veel meer omdat ik nog klein was, maar ik weet nog wel dat hij mij vaak uit school kwam halen en dat ik dan heel trots was. Ik zat dan altijd op zijn nek en wilde iedereen vertellen dat hij mijn broer was. Mijn ouders vertelden ook dat wanneer wij bij hem op bezoek waren in het speciale internaat voor dove kinderen in Groningen, dat mijn broer mij aan al zijn klasgenoten en docenten wilde laten zien.

Ik vond het wel moeilijk om met hem te praten, want hij was voor 80% doof en ik kon geen gebarentaal maar mijn ouders hadden mij wel geleerd wat het gebaar voor koffie was en dan mocht ik naar hem toe op zijn kamer om aan hem te vragen of hij koffie wilde. Soms vroeg ik ook aan hem of hij met mij wilde voetballen en soms deed hij dat, maar meestal zei hij dat hij met vrienden ging voetballen. 'Voetebal, vrienden', zei hij dan."

"Het klinkt alsof jullie het wel goed met elkaar konden vinden", glimlachte Anouk.

Ik knikte. Ik merkte dat ik automatisch ook een lach op mijn gezicht had.

 

"Ik moet je ook vragen of je iets over zijn overlijden kunt vertellen, kun je daar iets over zeggen?"

 

Ik knikte en de glimlach verdween van allebei onze gezichten. Die vraag had ik al wel aan voelen komen. Het kwam immers ook altijd aan bod als therapeuten het hadden over 'gezinsgeschiedenis'.

"Volgens mijn ouders was mijn broer depressief, maar zelf wist ik dat niet. Mijn ouders zeiden dat hij het niet kon accepteren dat hij doof was omdat hij overal de beste in wilde zijn. Vanwege zijn handicap lukte dat niet altijd. Vooral met sport was hij erg fanatiek. In ieder geval moest ik die avond naar bed toe, want het was mijn bedtijd. Ik denk dat het ongeveer half 8 's avonds was.Toen ik in bed lag, hoorde ik vanuit mijn broers kamer hele harde muziek komen. Hij was niet helemaal doof dus als het heel hard stond kon hij het een beetje horen, maar hij voelde dan vooral de trilling. In ieder geval; ik was vroeger altijd degene was die op z'n kop kreeg; ik was nogal avontuurlijk en ging bijvoorbeeld een paar straten verder spelen dan eigenlijk mocht en dat soort dingen. Mijn broer daarin tegen was altijd erg lief en behulpzaam en zo. Op die avond had ik dus zoiets van; als ik nu naar beneden ga en bij mijn ouders ga klikken dat zijn muziek zo hard staat, dan krijgt hij een keer op zijn kop in plaats van ik.

Ik ging dus naar beneden en even later toen ik weer in bed lag, hoorde ik luide stemmen komen vanaf mijn broers kamer. Ik weet nog dat ik dacht: 'Haha! Het is gelukt!'.

De volgende ochtend zat ik aan de ontbijttafel en werd er op het keukenraam geklopt. Ik zag politiepetten boven het gordijntje uitkomen. Ik zag dat ze mijn moeder een foto lieten zien en haar een vraag stelden waarna ze heel erg moest huilen.

Later bleek dat mijn ouders ruzie met hem hadden gehad en hij 's avonds laat boos de deur uit is gegaan. Dat deed hij vaker, alleen die avond kwam hij niet terug. Hij was van een viaduct af gesprongen bij ons in de buurt."

 

"Het klinkt een beetje alsof je je verantwoordelijk voelde of voelt voor zijn overlijden, klopt dat?", vroeg Anouk zonder dat ze een woord had geschreven tijdens mijn verhaal.

"Ik heb me vanaf dat ik 6 was altijd schuldig gevoeld, maar dat had ik niet zo goed door. Ik wilde alleen vanaf dat moment alles zo goed mogelijk doen en mijn ouders zo goed mogelijk helpen en dat soort dingen.Ik wilde zo 'braaf' mogelijk zijn; de perfecte dochter. Ik dacht namelijk dat het mijn schuld was. Toen ben ik eigenlijk een beetje in mijn schulp gekropen"

"Je zegt 'dacht': denk je er nu inmiddels anders over?"

"Weet ik niet. Ik heb dit 'beeld' ook met Renate behandeld met EMDR, maar soms voelt het nog alsof het mijn schuld is. Eerst was het wel erger. Toen ik 14 was en wat meer ging nadenken, zijn alle herinneringen en gevoelens ineens weer naar boven gekomen van vroeger. Ik wilde toen dat ik dood was in plaats van hem, omdat hij wel goed genoeg was voor mijn moeder.

Ze kon hem namelijk 'ophemelen' als ik iets niet had gedaan als bijvoorbeeld: 'Leo ruimde wel altijd zijn kamer op' en 'Leo was wel altijd behulpzaam' enzovoort. Ik wilde toen dat hij nog leefde in plaats van mij, omdat ik dacht dat toen mijn moeder ziek werd, dat hij veel beter voor haar had kunnen zorgen dan ik omdat hij zo behulpzaam was."

 

"Jeetje, dus je voelde je ook nog eens schuldig over de ziekte van je moeder?", vroeg Anouk en begon weer te schrijven toen ik weer begon te praten.

"Ja, omdat ik weinig voor haar heb gedaan toen ze zo ziek was. Renate en Inge zeiden wel dat het hoorde bij mijn leeftijd, dat ik afstand wilde nemen, maar ik vind het nog wel moeilijk dat ik weinig heb geholpen. De meeste beelden en flashbacks van mijn post traumatische stress-stoornis hebben hiermee te maken."

"Daar wil ik zo meteen nog meer over weten Roos, maar eerst wil ik het nog even hebben over je gezin. Hoe zie jij je ouders en hoe zie jij jezelf in het gezin?"

 

Ik vond het een moeilijke vraag." Ehm. Nou ja, ik heb nooit echt een goede band met mijn ouders gehad. Niet dat zij slechte ouders waren hoor, ik bedoel ehm.. ik kon gewoon nooit zo goed met ze opschieten. Ze deden wel echt hun best en zo ehm..."

Anouk stopte met schrijven, keek me aan en zei:

 

"Ik merk dat je hen erg wilt verdedigen. Komt het omdat je bang bent dat ik een slecht beeld van je ouders ga krijgen?"

Ik knikte. Dat was het inderdaad.

"Ja ik kan heel negatief over hen praten, omdat onze band dus niet echt goed is, maar ze zijn geen slechte ouders hoor."

"Dat zal ik ook niet gelijk aannemen Roos, zoals je zei is het vooral op jouw leeftijd normaal dat je je van je ouders gaat afzetten. Daarnaast schieten veel jongeren in de verdediging als zij praten over hun ouders, zelfs als hun ouders hen niet goed behandelen en dan heb ik het bijvoorbeeld ook over misbruik en mishandeling. Het is onze taak als hulpverleners om niet direct te oordelen, maar eerst alle feiten te verzamelen. Ik wil van jou graag horen hoe jij jouw ouders ziet. Daar is niets goed of fouts aan Roos, want het is jouw visie. Helpt dit om antwoord te kunnen geven?"

Ik knikte. Dit gebeurde me vaker. Ik was bang dat ik in therapie veel te negatief over mijn ouders praatte waardoor therapeuten een heel negatief beeld van hen zouden krijgen.

Ik probeerde het opnieuw:

"Mijn vader zie ik als een man die vooral gewoon wil doorgaan en niet wil terugdenken aan het verleden. Verder is hij heel sociaal; hij maakt altijd met  wildvreemden een praatje. Zelf kan ik dat allebei niet.

Over mijn moeder weet ik eigenlijk niet meer zo veel. Ik weet vooral de nare dingen nog uit haar ziekte en hoe zij toen was. Ze gaf mijn vader en mij van veel dingen de schuld, dat zei ze en dat stond ook in haar dagboek. Ik wou dat ik het nooit gelezen had, maar in de kaft van het dagboek stond: 'Dedicated to my beloved daughter Rose'.

Verder voelde ik me zelf altijd een beetje een vreemde eend in het gezin. Vroeger dacht ik wel eens dat ik geadopteerd was omdat ik zo anders ben dan mijn ouders, maar dat kan helemaal niet."

We sloten dit onderwerp eindelijk af en Anouk vroeg naar mijn klachten.

"Wat zijn je klachten, waar heb je zoal last van of heb je last van gehad? Ik zie op je  onderarmen ook wat lichte littekens. Kun je me daar iets over zeggen?"

Ik voelde alleen bij het idee dat ik over het automutileren wat moest gaan zeggen dat mijn hoofd al rood aanliep van schaamte.

"Ik uhm, heb wel eens in mijn armen gekrast."

"Gebeurde dat vaak? Gebeurt het nu bijvoorbeeld nog steeds?"

Ik schudde mijn hoofd. "Nee het hielp dat ik in de zomer in het verzorgingstehuis werkte en mijn werkkleding driekwart mouwen had. Ik vond het niet kunnen dat bewoners dat dan zouden zien."

"Dus je voelde je verantwoordelijk voor je werk. Had je het anders denk je nog wel gedaan?"

Ik knikte. "Ik heb het wel anders gedaan op momenten dat ik echt heel erg kwaad op mezelf was." Ik viel weer stil.

"Klopt het dat je het een moeilijk onderwerp vind om over te praten?"

Ik knikte. "Ja ik weet hoe gestoord het is en klinkt en ik schaam me er erg voor, maar het is het enige wat op sommige momenten lijkt te helpen."

"Waartegen te helpen?"

"Wanneer ik kwaad ben op mezelf, als ik weer iets stoms heb gedaan." Anouk schreef het op en zei daarna: "Ik weet niet of het verschil maakt Roos, maar ik vind het niet gestoord. Ongezond wel, ik zie niet graag dat jongeren zichzelf pijn doen en ik wil met jongeren bereiken dat zij een andere, wat meer constructieve manier vinden om met hun boosheid om te gaan of wat voor hen de reden ook is dat zij automutileren. Wat ik denk als ik hoor dat iemand geautomutileerd heeft is: wat ontzettend naar dat voor die persoon dat hij zich op dat moment blijkbaar zó rot voelde dat de enige oplossing leek om zichzelf pijn te doen. Dan moet diegene zich wel heel erg rot voelen."

 

Ik liet haar woorden bezinken. Zo had ik het nooit bekeken...

"Denk je dat het lukt om er toch iets meer over te vertellen Roos? Op wat voor manieren deed je jezelf pijn?"

Ik haalde diep adem en begon op te sommen: "Het begon vroeger met krassen met een schaar, later een mesje van mijn puntenslijper en daarna een gewoon mes. Deze zomer kon ik dan niet krassen..." Ik kreeg de woorden bijna niet uit mijn mond. "Dus toen ehm... heb ik soms wel eens met mijn hoofd tegen de muur gebonkt of mezelf geslagen", zei ik zachtjes.

 

"Wanneer is de laatste keer dat je één van die dingen hebt gedaan Roos?"

"Een maand geleden denk ik?"

Anouk knikte en schreef het op. Uiteindelijk zei ze: "Ik denk dat het belangrijk is in de gaten te houden wanneer bij jou de spanning oploopt. Kan ik met jou afspreken dat als de spanning deze week hoog oploopt je dat aangeeft bij één van de socio's?"

Ik voelde er weinig voor aangezien ik de socio's nog eens allemaal kende, maar ik knikte.

 

 

"Hoe is je contact met leeftijdsgenoten?"

"Ik heb redelijk veel vrienden denk ik. Of nou ja, mensen waar ik goed mee om ga op school en een aantal goede vriendinnen, maar ik vind het moeilijk mensen dichtbij te laten."

"Kun je dat wat meer uitleggen of een voorbeeld van geven?"

"Nou ja, als ik vriendinnen steeds vaker ga zien en onze vriendschap wordt hechter, dan heb ik de neiging om een tijd niet meer af te spreken."

"Je neemt dan afstand door niet meer af te spreken?"

"Ja, het is heel lullig van me maar in die periodes antwoord ik bijna niet of berichtjes of emails of telefoontjes. Ik voel me dan wel schuldig, maar het moet in die periodes op de één of andere manier even zo."

"Heb je enig idee hoe dit komt?"

"Nee niet echt. Ik ben het gewend om alleen te zijn, dus ik denk dat ik dan gewoon liever alleen ben."Ik zag Anouk naar mijn handen kijken die friemelden aan mijn halsketting.

"Is dat kettinkje dat je om je nek draagt bijzonder voor je? Heeft het met dit onderwerp te maken?"

"Nou nee, denk ik. Maar het is wel bijzonder voor me. Ik heb het gehad voor mijn 18e verjaardag van mijn oud-mentrix en haar dochter. Ze heet Reneé en heeft heel veel voor mij betekend. Met haar dochter Merel ben ik goed bevriend geraakt. Merel was een tijdje erg ziek en toen hadden we een soort grapje samen dat ik haar een engeltje zou sturen die haar huiswerk zou gaan maken of zoiets raars. Toen kreeg ik van haar geloof ik een kaart met een engeltje en sindsdien geven we elkaar engeltjes over en weer. Voor mijn 18e verjaardag kreeg ik toen deze ketting. Pas geleden gaf Reneé mij nóg een hangertje voor mijn ketting. Omdat ik was geslaagd zei ze en zodat ik nog aan haar zou denken. Omdat allebei onze namen met de 'R' beginnen."

"Wat lief zeg", zei Anouk maar haar gezicht stond nog nadenkend.

 

"Maar je bent dus onlangs geslaagd? Voor welk diploma?"

"Havo."

"Goed zeg, gefeliciteerd! Knap ook ondanks de klachten waar je net over vertelde!", zei Anouk nu glimlachend.

"Dank u", zei ik verlegen en dacht tegelijkertijd aan hoe ik nog steeds niets voelde bij deze prestatie.

"Weet je al wat je wilt gaan studeren?", vroeg Anouk.

Ik begon te vertellen: "Ja, ik wil graag naar de kleinkunstacademie, maar ik voel me nu nog niet zeker genoeg om auditie te durven doen. Ik wil eerst steviger in mijn schoenen staan en misschien kan de behandeling daarbij helpen."

Terwijl ik vertelde bekroop het benauwende gevoel me dat de behandeling zeker 12 maanden zou gaan duren.

"O ja, ik wilde ook nog zeggen dat ik me wel steeds beter voel en dat ik eigenlijk ook wel meer zin krijg om verder te gaan en mijn leven weer op te pakken, dus ik zie er tegenop om zo lang de behandeling te volgen. Misschien dat ik ook alleen zo'n middagbehandeling kan doen?", begon ik voorzichtig.

Anouk keek me fronsend aan, waardoor ik het liefste die laatste zinnen terug wilde nemen. Was ze nu boos op me?

"Ik geloof dat ik het niet helemaal begrijp", zei ze na een korte stilte. "Je wilt sterker in je schoenen staan, je denkt dat de behandeling je daarbij kan helpen, maar je wilt de behandeling niet volgen?"

"Ja, omdat ik eigenlijk al verder wil...", zei ik steeds zachter.

 

"Snap je mijn verwarring hierover?" Ik schudde lichtjes mijn hoofd.

Anouk begon weer te schrijven en ik kon mezelf weer voor mijn kop slaan. Vond ze me nog wel aardig? Tegelijkertijd vond ik dat weer een stomme gedachte, want ze was alleen maar mijn therapeute. Waarom maakte ik haar nu al zo belangrijk als ik dat altijd deed met therapeuten en docenten? Ik kende haar nauwelijks.

"Ik zal het in ieder geval meenemen naar de vergadering Roos, goed dat je jouw wensen uitspreekt wat betreft de behandeling", zei ze net zo vriendelijk als tijdens de rest van het gesprek en begon tot mijn opluchting weer over een ander onderwerp.

 

Ze vroeg naar mijn hobby's en eventueel werk. Ik vertelde dat ik het leuk vind om toneel te spelen en te zingen, terwijl ik het in het 'echte leven' me juist liever op de achtergrond houd en het liefst onzichtbaar ben.

Verder dat ik een aantal baantjes heb gehad; twee krantenwijken en later een baantje bij de Albert Heijn. Verder dat mijn laatste baan in het verzorgingstehuis veruit de leukste en fijnste was omdat ik het gevoel had dat ik de ouderen daar hielp door schoon te maken.

 

Tot slot vroeg Anouk mij in welke therapiegroep ik dacht het beste te passen. Wederom zei ik dat ik dat niet wist. Omdat ik geen vragen meer aan haar had, sloten we het gesprek af en zocht ik terwijl allerlei gedachten over het zojuist gevoerde gesprek wild door mijn hoofd vlogen, mijn weg weer terug naar de KP waar het avondeten alweer bijna opgediend zou worden.

 

 

Bij binnenkomst in de leefgroep stond Jim te praten met een (voor mij) nog onbekende socio in de keuken; Simon. Hij was die middag dan ook al bij het volleybal, maar toen heb ik hem nog niet goed kunnen observeren. Hij had een zwarte broek aan en een overhemd met een druk motiefje. Hij had ook een beetje een Italiaans voorkomen aangezien hij licht-getint was en ook bruine ogen en zwart haar had. Zonder de bedoeling af te luisteren, ving ik op dat Simon het over iets had met Jim wat ik niet goed begreep. Ik merkte alleen dat Jim zich er niet prettig bij voelde.

 

 

Dit keer was het eten een stuk beter te eten aangezien Lola en Kay samen hadden gekookt. We aten gekookte aardappelen en spinazie met een gehaktbal. Wederom was ik erg moe. Toen de dagafronding zou gaan beginnen, was Jim weg. Tijdens de dagafronding vroeg Simon aan de groep waar zij dachten dat Jim was en waarom zij dachten dat Jim er niet bij was. Niemand leek echt een idee te hebben. Tot mijn schrik werd ik weer 'op de agenda gezet' toen ik net het gesprek met Anouk weer aan het afspelen was in mijn hoofd. Wat snapte ze nou precies niet aan dat ik hier niet dag en nacht wil blijven? Ik probeerde me weer te focussen op het hier en nu aangezien ik zo meteen weer in de spotlights gezet zou worden. Ik voelde me eerder als een bang hertje dat verschrikt opkijkt wanneer het verlicht blijkt te worden door de koplampen van een auto. Gaf de auto maar gas, dan zou het eindelijk allemaal over zijn...

 

Zoals Kay de vorige dag had uitgelegd: "Bij de dag-afronding gaat het erom dat je over je dag kunt vertellen, of anderen kunt vragen iets te vertellen over bijvoorbeeld hun dag. Soms zit iemand er niet zo goed bij en dan kun je diegene op de agenda zetten om te vragen of diegene er iets over wil zeggen. Je kunt ook later nog op iemand 'aanhaken'; dus als je bijvoorbeeld iemands verhaal herkent of je wil wat aanvullen, dan kun je dat doen. Verder mag je in de dag-afronding ook een 'snip' aanvragen oftewel een verlofdag. O en aan het begin van de dag-afronding vertelt de socio nog of er nog mededelingen vanuit de staf zijn, zoals bijvoorbeeld goedkeuringen van aanvragen vanuit het voortgangsuur of van die snips."

 

Ik was op de agenda gezet door Josje: "Ik was wel benieuwd hoe het met Roos gaat na haar tweede dag".

 

Ik liet weten dat het goed ging en dat ik wel erg moe was steeds. De jongeren knikten en iemand zei dat dat begrijpelijk was en ook herkenbaar uit de eigen afstemming. Naast ongemakkelijk in zo'n groep, vond ik het ook wel lief dat Josje dit aan mij vroeg en de andere jongeren ook betrokken bij mij waren. Zo voelde het althans al wel een beetje. Best bijzonder vond ik, dat had ik niet verwacht.

 

Na de dag-afronding stond ik in de keuken bij Katja, Lola en Linde die bespraken waar Jim geweest zou zijn en waarom. "Die had gewoon geen zin in dat gezeik man", zei Katja alsof dat logisch was en zij zelf spijt had dat ze wel was gegaan.

Omdat ik een vermoeden had waarom hij er niet was zei ik: "Volgens mij moest hij wat bespreken waar hij niet mee geconfronteerd wilde worden". Het was er uit voor ik erg in had, waarschijnlijk door mijn vermoeidheid. Wegens diezelfde vermoeidheid wist ik ook niet meer waar ik dit vermoeden op gebaseerd had. Katja, Lola en Linde keken me verbaasd aan alsof ik nog nooit eerder een woord gesproken had. Ik was inderdaad ook nog niet heel erg spraakzaam geweest...

Een half uur na de dagafronding dook Jim weer op en werd in de keuken ondervraagd door Katja, Martijn en Lola. "Waar was je nou gast?!" Ik had het idee dat Katja eerder wilde zeggen: Waarom heb je mij niet meegenomen gast?!

Jim gaf wat ontwijkende antwoorden totdat Linde zei: "Volgens Roos wilde je niet geconfronteerd worden met iets dat je eigenlijk moest bespreken."

Jim, die naast me stond keek me eerst verbijsterd aan. Snel zei ik: "Sorry, ik wilde me er niet mee bemoeien of zo hoor..."

 

"Hee, we gaan niet prikken hè, je bent er net", zei hij terwijl hij mij plagend in mijn zij prikte.

Prikken bleek een KP-term te zijn dat vooral gebruikt werd om aan te geven dat iemand door (vaak een bescherming) heen 'prikt', om tot de kern van bijvoorbeeld een probleem te komen, wat erg onprettig is voor de 'geprikte' aangezien die niet voor niets een scherm of muur om die kern heeft gebouwd...

Ik dacht eerst dat Jim mij gewoon wilde plagen en deed alsof het klopte, maar later sprak hij me aan met: "Hoe wist je dat nou?"

Ik had nog steeds geen idee, dus dat vertelde ik hem ook. Ik was zelf even verbijsterd als Jim over mijn plotselinge en vooral juiste aanname over iemand die ik nog vrijwel helemaal niet ken.

 

Ondanks mijn vermoeidheid wilde ik dit keer wachten tot Katja en Lindsay in ieder geval al sliepen. Omdat zij beiden vaak vrij vroeg gingen slapen (rond 11 uur), bleef ik zo laat mogelijk op. De bed tijden - of beter gezegd de tijden waarna je op je kamer moet blijven - waren als volgt:

14 en 15 jarigen - 22:30 uur

16 jarigen - 23:00 uur

17 jaar en ouder - 24:00 uur

Katja was 16, dus moest om 11 uur ook al slapen, maar Lindsay van 18 was vaak gewoon moe zei ze.

Het was een uur of 11 toen ik de leefgroep in liep, waar Martijn in zijn eentje op zijn vaste stek (half-liggend op de bank) tv aan het kijken was. Ik had mijn 'Taal is zeg maar echt mijn Ding'-boekje bij me en besloot na hem gedag te hebben gezegd gewoon stil in een ander hoekje te gaan lezen om hem niet te storen. Bovendien was ik zelf ook iemand die liever gewoon helemaal niet praatte met iemand die ik nog niet kende. Dat ging prima totdat ik - zonder dat ik er controle over had - hardop in de lach schoot om alweer een anekdote uit het boek.

Martijn keek om en vroeg met een halve glimlach: "Is het leuk?"

Ik werd rood en kreeg nu ook vanwege zenuwen de slappe lach.

"Ja, hihihi, grappig vooral hihihi. Sorry hoor, hihihi, als ik de slappe lach heb, dan, dan, kom ik er moeilijk uit hihihi".

Martijn moest nu ook een beetje lachen en zei: "O geeft niet hoor ik vind het niet erg". Hij keek gelukkig weer naar de tv, maar had nu ook een lach op zijn gezicht.

Niet veel later kwam Miranda binnen samen met Simon: "Gud ief-ning", zei ze op z'n Engels met een extra sterk Nederlands accent. Ik zat nog in de sfeer van mijn boek en dacht: spreekt ze het expres zo uit of gewoon omdat ze het leuk vindt?

Een lange vrouw met donker haar en een beetje een alternatieve kledingstijl, met een hele hese stem. Ze stelde zich aan me voor als 'de nachtdienst' en was erg vriendelijk al praatte ze wel op een aparte manier. Ze kwam aan de ene kant heel down-to-earth over, al was haar woordkeuze soms weer een beetje spiritueel en 'zweverig'.

Simon wenste ons nog een fijne avond en legde aan mij uit dat zijn dienst erop zat en naar huis ging. Ik merkte dat ik Simon ook wel mocht als socio. Hij had hele flauwe humor waar de jongeren vaak niet om moesten lachen, maar als liefhebber van flauwe en droge humor lachte ik dan stiekem in mezelf. Ook kwam hij gewoon heel vriendelijk en (zacht)aardig over.

 

Omdat ik het ongemakkelijk vond dat Miranda bij ons kwam zitten in de leefgroep en vragen aan mij ging stellen om mij te leren kennen, maar niet aan haar wilde laten merken dat ik daar even niet op zat te wachten, verwerkte ik in het gesprek dat ik wel erg moe was.

"Dan ga je toch lekker slapen meid, laat mij je niet tegenhouden hoor!"

"Oké. Dag."

"Gud-naid Roos", zei ze met hetzelfde sterke accent dat mij een klein beetje de rillingen gaf aangezien ik niet goed kon tegen Engels met een extreem Nederlands accent. Waarschijnlijk een nadeel van tweetalig opgevoed zijn: Engels was letterlijk mijn moeder(s-)taal, wat Nederlands uiteraard mijn vader(s-)taal maakte. Mijn moeder sprak uiteindelijk wel goed Nederlands hoor, maar toen ik jong was sprak ze alleen nog maar Engels (en haar eigen taal dan).

Gelukkig viel ik na niet al te lang piekeren over de dag - en vooral het gesprek met Anouk, die mij wel of niet aardig vond - al in slaap.

 

 

Please reload

Volg mij
  • Facebook Clean
  • Twitter Clean
Hoofdstukken overzicht

September 2, 2009

August 26, 2009

August 26, 2009

August 25, 2009

August 23, 2009

August 21, 2009

August 20, 2009

August 4, 2009

July 29, 2009

June 16, 2009

Please reload

Dit verhaal is gebaseerd op een waargebeurd verhaal; mijn verhaal. In verband met privacy zijn de personages en gebeurtenissen geanonimiseerd en gefictionaliseerd.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now