2. De rondleiding

Ruim een week later, zaten mijn vader en ik wederom in de wachtkamer van Meerburg. Dit keer stond er een rondleiding gepland ‘door een sociotherapeut en een jongere’, zoals vermeld in de brief. Ook nu gierden er zenuwen door mijn lijf. Ik had geen flauw idee wat ik moest verwachten, maar in ieder geval had ik niet verwacht dat de jongen met onder andere een groen geverfde hanenkam, een neusring en kettingen aan zijn broek, mijn naam zou noemen. Toen mijn vader en ik opstonden, zag ik pas dat naast hem nog een man stond, die bijna geheel wegviel naast de jonge excentrieke verschijning. De man leek op het eerste gezicht wat nors, maar heette ons vriendelijk welkom.

“Max van Houten, sociotherapeut”, zei hij.

Aha. Dus zo zag een sociotherapeut eruit. Max droeg in tegenstelling tot meneer den Duijn geen pak met geruite sokken en duur-uitziende schoenen, maar een spijkerbroek met daaroverheen een casual overhemd en een bril met een klein rechthoekig montuur. “Ik ben Kay”, zei de excentriek uitziende jongen vriendelijk.

“We moeten even een stukje het terrein over lopen om bij de KP te komen. We zijn nu in het hoofdgebouw”, zei hij en liep ons voor.

Eenmaal door de deur aan het einde van de hal kwamen we buiten op een soort binnenplaats. Het woord ‘bungalowpark’ schoot mij gelijk te binnen; een plein met daarom heen allemaal aparte gebouwen in diezelfde aparte bouwstijl met rare onlogische hoeken. Het gaf nou niet echt een vakantiegevoel, maar goed, ik was waarschijnlijk nog steeds apathisch. Max vertelde ondertussen dat de andere gebouwen rondom het plein ook bepaalde afdelingen waren, zoals de kinderkliniek, de afdeling voor autisme en gedragsstoornissen, een afdeling voor eetstoornissen en tenslotte de ‘opname’ en ‘observatie’; een soort crisis- en tijdelijk verblijf. Wij zouden dus de afdeling ‘KP’ gaan bezoeken.

“Vind je het spannend?”, vroeg een stem naast mij plotseling. Ik schrok. Door mijn drukke gedachten, had ik niet door dat de jongen naast mij was komen lopen. Ik knikte. “Snap ik wel”, zei hij. “Het klinkt misschien gek, maar het went snel”, zei hij geruststellend. Ik was niet gerust gesteld.

Het verst liggende gebouw vanaf het hoofdgebouw, bleek de KP. Max wees ons naar binnen, terwijl Kay nog even snel zijn vergeten tas bij ‘PMT’ ging halen. De afkorting kwam me bekend voor, maar ik kon echt niet meer bedenken voor welke therapie het ook alweer stond. We liepen een klein halletje in. Aan de rechterkant viel mij een bord op met schuifpaneeltjes en daarop allemaal namen.

“Op dit bord kun je zien of iemand van de staf of van de jongeren aan- of afwezig is”, zei Max en hield de deur van het halletje voor ons open naar een korte gang dat doodliep in een soort inham waar een soort twee kleine banken in gemaakt waren.

De muren van de KP waren wit, maar het tapijt was donkerrood. De kozijnen waren paars en de deuren oud-roze. Het klinische witte was in dit geval wel nodig om geen zenuwinzinking te krijgen van de kleurencombinaties bedacht ik en schaamde mij gelijk voor mijn plotselinge interieurkritiek.

We liepen Max en Kay achterna door een smalle gang, naar een openstaande deur: “Dit is het sociohok, of nou ja kantoor. De jongeren noemen het ’t sociohok en zo sluipt het er bij ons ook een beetje in. Hier zijn we altijd te vinden als je iets wilt vragen of iets kwijt wil. Zoals je ziet zit hiernaast een ‘zitje’ waar we dan even kunnen praten en…”

Kay kwam hijgend alweer binnengerend, nu met tas. “Ik wilde Roos en haar vader net vertellen over het sociokantoor”, zei Max met nadruk op het woord ‘kantoor’.

“Ah, het sociohok. Ja dat is waar we de socio’s, de sociotherapeuten zijn dat, opsluiten als we ze zat zijn", zei Kay al grijnzend. "Nee hoor, grapje. Nee maar dit is dus hun kantoor en als je iets nodig hebt kun je altijd op de deur kloppen. Alleen op bepaalde tijden hebben ze overdracht, bijvoorbeeld ’s ochtends van kwart over 9 tot half 10 en ’s middags van 4 uur tot half 5. Dan mogen ze even niet gestoord worden behalve als het echt dringend is. O en hiernaast is het ‘zitje’, vaak als je een gesprekje aanvraagt met een socio of een therapeut dan ga je hier zitten.”

Het viel even stil tot mijn vader al knikkend zei: “Oké, duidelijk.”

Ik knikte bevestigend mee.

“Wat wil je nu laten zien Kay?”, vroeg Max. “Ik volg jou.”, zei hij aanmoedigend, al kwam het op mij over alsof Kay helemaal geen aanmoediging nodig had. Hij begon dan ook gelijk te vertellen: “O ehm. Nou, waar jullie nu met je rug naartoe staan…”, Kay wees naar de twee deuren in de gang tegenover het sociokantoor,“...dat zijn WC’s, dan weten jullie dat vast. Verder is de deur hiertegenover de deur van het kantoor van Ineke, de afdelingsmanager. Zij regelt alle administratie en geldzaken en zo. En de deur daarnaast is het hobbyhok. Kunnen we die ook laten zien?”, vroeg hij aan Max.

“Maar natuurlijk”, zei Max en draaide met zijn sleutels het ‘hobbyhok’ open.

Het was een zeer rommelig hok, maar desondanks maakte mijn hart een sprongetje. Het hele hok stond namelijk vol met allerlei instrumenten, waaronder zelfs een elektrische gitaar met versterker, drumstel, microfoon, maar ook allerlei verf en andere schilderspullen.

“Wauw”, floepte ik eruit; het eerste dat ik tot nu toe had gezegd.

“Nou dat is wel wat voor Roos”, begon mijn vader te vertellen. “Ze houdt namelijk veel van muziek en van zingen”. Ik schaamde me rot dat mijn vader hier over begon. Straks zouden ze nog gaan denken dat ik muzikaal ben of zo. Ik probeerde te glimlachen om blijk te geven van enig beleefd enthousiasme.

“Wat leuk! Zoals je ziet hebben we veel instrumenten waaronder een microfoon. Zit je op les of bij een koor of iets anders?”, vroeg Max.

“Ik zat op de middelbare school in het schoolkoor en heb nu nog zangles”, antwoordde ik.

“Wat zing je zoal?”, vroeg Kay.

“Van alles wat”, zei ik snel, hopend dat de rondleiding nu weer verder zou gaan. “Leuk!”, zeiden Max en Kay bijna in koor.

Ik bleef verder stil, niet wetende hoe ik verder moest reageren. Roos, ster in sociale interactie was in tha house, dacht ik. Het gekkenhouse om specifiek te zijn. Ik wilde dolgraag door de grond zakken op dat moment; zo ongeveer six feet under.

Na die korte ongemakkelijke stilte, draaide Kay zich op zijn gemak om, alsof de ongemakkelijkheid totaal langs hem heen ging en liep de gang uit naar een grote ruimte waar weer twee banken stonden. Tegen de muur aan stonden een paar stapels met opgestapelde stoelen. De ene muur was overigens kleurrijk beschilderd, maar ik zag niet goed wat het moest voorstellen. De muur waar een bank voor stond was wit, maar er hing een whiteboard op met daarnaast een ouderwets prikbord. Op het whiteboard waren allerlei afkortingen geschreven en mededelingen die ik niet begreep. Op het prikbord hingen ansichtkaarten uit allerlei landen. “Van jongeren en therapeuten die op vakantie zijn of zijn geweest”, legde Kay uit die mij naar het bord zag kijken.

“Deze ruimte heet de meepo, het staat voor ‘meeting point’ en hier komen we elke dag samen voor een bepaald programma, maar ook met bijvoorbeeld de koffiepauze.”

“Misschien kun je ook vast wat programma’s uitleggen, Kay?”, stelde Max voor.

“Ja is goed. Nou, alle jongeren zitten in commissies, je hebt bijvoorbeeld de insteek-commissie, dat ben ik onder andere met nog twee jongeren; wij leiden de nieuwe jongeren rond en geven advies aan de socio’s in welke therapiegroep ze komen. Je hebt Rood, Wit en Blauw. Ik zit in Blauw.”

‘Dat is niet aan hem af te zien’, dacht ik spottend bij mezelf en schrok van alweer een onaardige gedachte. Ik probeerde me weer op Kay’s uitleg te focussen.

“…dan heb je ook nog de WVC, dat staat voor de ‘wonen en vrije tijdscommissie.’ Zij organiseren bijvoorbeeld afdelingsfeesten, maar moeten ook de kamercontrole doen.”

Max onderbrak: “De jongeren zijn verplichten om deel te nemen aan zogeheten commissies, omdat wij zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid willen aanmoedigen en hen de kans willen geven hiermee te oefenen in het ‘klein’ om het zo maar even te zeggen.

En de programma's Kay? Misschien kun je daar wat over vertellen want het is anders een beetje veel informatie voor Roos en haar vader in één keer om ook alle commissies aan hen uit te leggen.”

“O sorry, ik wil mijn werk altijd te goed doen”, grijnsde Kay.

“Oké, verder met de Meerburg Experience dus: op maandag heb je om 9 uur in de meepo, hier dus, de afdelingsvergadering. Daar zijn alleen alle socio’s bij en allebei de leefgroepen. We bespreken dan vooral de praktische dingen die te maken hebben met bijvoorbeeld het gebouw, maar ook over het eten. Je kunt via de commissies bepaalde onderwerpen ‘inbrengen’. Zo was er bijvoorbeeld laatst ingebracht dat sommige jongeren vonden dat we te weinig vis aten in de week en dat we ons meer aan de schijf van vijf zouden moeten houden.

Dan heb je ook nog de PSM: die is elke dinsdag en vrijdag en daar zijn behalve alle jongeren en socio’s ook de therapeuten en Peter, de psychiater bij. Het staat voor ‘Patient-staff-meeting’ en het woord zegt het al een beetje. De patiënten en staf bespreking. Daarin bespreken we hoe het in z’n algemeen gaat op de afdeling, hoe de sfeer is, of er bepaalde problemen zijn en dat soort dingen.

Op woensdag en donderdag heb je dan nog ‘evaluatie in de grote groep’. Daar zijn ook alle socio’s en therapeuten bij en Peter ook. Als je je evaluatie in de leefgroep hebt gehad en ook met je coördinerend therapeut en ouders, dan moet je in de grote groep; dus met iedereen erbij vertellen hoe het de afgelopen periode met jou is gegaan en hoe het nu gaat.”

WÁT?! AAN ALLE MENSEN, TEGELIJK, VERTELLEN HOE HET GAAT? AAAAAAAH!!! Door de schrik ging het overigens geheel aan mij voorbij dat Kay de belangrijk uitziende psychiater Meneer van der Sluijs, de hele tijd gewoon ‘Peter’ noemde.

Ik raakte verzonken in meer van dit soort paniekgedachten, toen Kay, Max en mijn vader ineens weer begonnen te lopen. Ze liepen op een deur af aan de linkerkant van de ruimte waarnaast zich een trap naar boven bevond. Voor die trap stonden bureaus met in totaal 3 computers erop. Kay vertelde kort dat je vanaf een bepaalde tijd (4 uur ’s middags en in schoolvakanties vanaf 1 uur ’s middags) op de computer mocht en ook internet had, dus gewoon kon Hyven en MSN’en. Dat stelde me een heel klein beetje gerust. Toch nog enig contact met de buitenwereld en vooral mijn vriendinnen.

Eenmaal door de deur kwamen we in een grote kamer uit, dat wat weg had van een huiskamer. Recht voor ons stond namelijk een eethoek, links een kleine keuken, en rechts een zithoek met veel banken en een televisie. Achter de eethoek stonden twee openslaande deuren open naar een terras.

“Dit is leefgroep 2. Ik weet eigenlijk niet… Max, weten jullie al in welke leefgroep ze komt?”

“Eh. Ja, leefgroep 2. Ze komt bij ons in de leefgroep”, antwoordde Max en keek naar mij. “Kay zit ook in leefgroep 2 en ik werk dus ook op leefgroep 2. Ik zal trouwens ook jouw ITB’er worden. Dat staat voor intern-traject-begeleider, oftewel een soort mentor. Je zult ons allebei dus in ieder geval nog vaak zien”, glimlachte hij vriendelijk.

“Oké”, zei ik en probeerde terug te glimlachen wat hopelijk enigszins lukte.

"We zijn natuurlijk veel cooler, leuker en gezelliger dan leefgroep 1", vulde Kay grijnzend aan.

Kay liet ons de leefgroep zien, maar alles sprak voor zich; de keuken was om te koken, de eettafel om te eten, de zithoek om tv te kijken… “Maar we houden in de zithoek ook dag-afronding, dat is de laatste therapie van elke dag en hoort ook bij sociotherapie. Verder moeten we zelf koken, dus we moeten altijd zorgen dat we op tijd boodschappen doen en op tijd eten, want als voor half 7 ’s avonds de tafel nog niet is afgeruimd, mag de dag-afronding niet doorgaan. Sommige jongeren vinden het erg vervelend als het niet doorgaat, andere jongeren vermijden de dag-afronding liever, want het is de bedoeling dat je vertelt hoe je dag is geweest en of je ergens mee zit. Vooral nieuwe jongeren vinden het nog erg moeilijk in de groep te vertellen wat hen dwars zit.”, vertelde Kay.

In de hoek van de woonkamer stond nog een stereo die volgens Kay maar tot een bepaald getal mocht qua volume, anders zou de WVC hem innemen. Ik knikte, al had ik geen idee wat een WVC ook alweer was.

We stapten ook even naar buiten op het terras waar twee picknicktafels op stonden. Daarachter liep een kort paadje naar een geasfalteerd basketbal/-voetbalveldje. Daar mocht je in je vrije tijd sporten vertelde Kay. ‘Welke vrije tijd?’, dacht ik toen Kay en Max ons het therapierooster lieten zien. De hele dag was van 8 uur ’s morgens tot ongeveer half 8 ’s avonds volgepland.

Inmiddels liepen we achter de computers langs richting een trap en liepen naar boven. We zouden nu een slaapkamer te zien krijgen van jongeren die hier toestemming voor gegeven hadden. Ik bereidde me vast voor op de gewatteerde muren... Oké niet echt, maar ik dacht dat als ik van het ergste uit ging - het uiteindelijk alleen maar kon meevallen. Het werd boven inderdaad al wat meer klinisch, want het gespikkelde donker rode tapijt werd boven verruild door een lichtgele linoleum vloer met witte muren. De oudroze deuren waren wel hetzelfde als beneden.

Max draaide de slaapkamerdeur open. De kamer was vrij klein. Er was net ruimte voor een kledingkast, een grote wastafelmeubel met kastjes (allen in dezelfde oudroze kleur) en twee ijzeren stapelbedden met een klein matrasje en achter in de kamer onder het raam; een bureau met een stoel.

Ik wist niet of ik opgelucht moest zijn vanwege het gebrek aan gewatteerde muren of dat ik gillend weg moest rennen vanwege de stapelbedden.

Kay begon al met vertellen: “Als jongeren hier net nieuw zijn, worden ze ingedeeld op een kamer met meerdere personen.”

“Hooguit met z’n vieren”, vulde Max aan.

“Ja, want sommige jongeren zijn geneigd om zich erg terug te trekken omdat ze nieuw zijn, maar op deze manier worden ze gedwongen om een band aan te gaan met hun groepsgenoten", zei Kay.

“Wat Kay zegt klopt, alleen willen we jongeren natuurlijk niet dwingen, wel aanmoedigen”, zei Max. Vervolgens vulde hij aan: “Maar ik moet ook eerlijk zeggen dat we ook kamers en bedden tekort komen voor jongeren wegens bezuinigingen. Het is dus ook puur uit praktische redenen, namelijk ruimtegebrek, maar we merken inderdaad dat het jongeren ook helpt snel contact te maken wanneer zij nieuw zijn. Heb je trouwens al een beetje een idee in welke groep je zou passen Roos?", vroeg Max mij.

Ik schrok van de plotselinge vraag.

"Ehm. Nou nee. Ik weet het niet zo goed", zei ik bescheiden terwijl mijn hart gilde: 'WIT! WIT! WIT! NIET BLAUW, NOOIT BLAUW!' Toen de psychiater de blauwe groep omschreef, voelde ik mij al angstig. Toch mocht ik op de één of andere manier niet van mezelf zeggen of ik mezelf introvert of extravert vond, want dat zou arrogant zijn. Zelf snapte ik deze logica ook niet zo goed, maar ik zag dingen als drugsgebruik en agressiviteit nou eenmaal als 'slecht' en dat zou dan betekenen dat ik de Blauwe groep slecht vond, toch? Nee, ik hield m'n mond maar.

"Wat denkt u meneer?", vroeg hij mijn vader.

"Zeg maar Gerard hoor. Ik heb er natuurlijk niet zoveel verstand van, maar Roos is wel iemand die zich snel terugtrekt als ze het moeilijk heeft en het allemaal voor zichzelf houdt zeg maar, dus ik denk Wit."

Verbaasd maar ontzettend dankbaar keek ik mijn vader aan en voelde een golf van warmte door mij heen gaan; hij kent mij dus toch!

We liepen terug de gang op, om de trap heen naar rechts en vervolgde onze weg over de smalle gang.

"Deze kamers zijn eenpersoonskamers. In de andere gang zitten ze ook hoor, maar hier ga je dus heen als je lang genoeg opgenomen bent", zei Kay.

"Ja, we houden de volgorde van aankomst op de KP aan, dus wanneer de persoon die voor jou op de KP kwam weg gaat uit zijn eenpersoonskamer, bijvoorbeeld naar de dag-klinische groep, dan krijg jij zijn of haar kamer. We willen het zo eerlijk mogelijk verdelen al wil de één langer op een vierpersoonskamer blijven en wil de ander het liefst zo snel mogelijk alleen op een kamer slapen.", legde Max uit.

Verderop werd de gang ineens breder.

We stopten in de gang bij een kleine grijze automaat dat aan de muur hing en Kay had weer een grijns op zijn gezicht zoals hij dat tot nu toe had wanneer hij schijnbaar iets vertelde dat hij leuk vond. "Dit klinkt misschien een beetje raar, maar er zijn natuurlijk allemaal jongeren op de afdeling, bijna allemaal nog in de puberteit en slapen allemaal op de afdeling. Nu willen de socio's niets aanmoedigen, jongens mogen namelijk niet bij meisjes op de kamer slapen, maar uit voorzorg hebben ze hier dus toch een condoomautomaat."

Max knikte serieus en zei: "Het beleid dat we hebben gaat er vanuit dat we het nooit kunnen voorkomen dat het gebeurt, dus wanneer het gebeurt dan volgens ons het liefste veilig. Nogmaals, het is absoluut niet toegestaan, er is hier 's avonds ook een nachtdienst die voor het slapengaan controleert of iedereen op zijn eigen kamer is, maar we kunnen de jongeren niet opsluiten. We zeggen tegen de jongeren dan ook: als je het doet, al staan wij het op de afdeling niet toe, doe het dan in ieder geval veilig."

Ik had me niet ongemakkelijker kunnen voelen. Hadden we het serieus over dit onderwerp, met twee onbekende 'mannen' en mijn vader? En wat dachten ze wel niet van mij dat ze dit vertelden?

Ik besloot me af te sluiten van dit gesprek tot het ergens anders over ging. Denkbeeldige vingers in mijn oren en 'lalalalalala' zingen met de stem in mijn hoofd. Geen echte stem bedoel ik dan, anders zou ik weer op een hele andere afdeling geplaatst worden vrees ik.

Tot slot werd ons nog de badkamer laten zien die best wel groot was. Het had een wastafel en een bad. Verderop in de gang zat er nog één vertelde Kay, ook met een bad en naast de badkamer zaten ook nog een paar douchehokjes. Daar tegenover zat een kast met allemaal linnengoed; 'het linnenhok' en Kay vertelde trots dat het zijn taak was om het linnen uit te delen aan jongeren op de afdeling en op de lijst bij te houden wat hij weggaf voor de administratie.

We liepen weer naar beneden terwijl Max ons vroeg of we nog vragen hadden.

"Nee hoor, alles is duidelijk, dank je wel", zei mijn vader vooral naar Kay toe.

"Ja, goed uitgelegd", vulde ik aan.

"Goed om te horen!", zei Kay blij.

"O! Voor ik het vergeet, je opname datum is bekend: 10 augustus. Je zit dan een week in je 'afstemming' zoals dat hier heet en krijgt gesprekken met de therapeuten hier, zodat we na die week samen met jou besluiten of je hier wel of niet in behandeling gaat.", zei Max.

"Je krijgt je afstemmingsrooster zo snel mogelijk toegestuurd."

In plaats van een warme deken, voelde het nu alsof ik ijswater over mij heen kreeg. "Blijf ik hier dan ook een week slapen?", vroeg ik onzeker.

"Ja zeker, je gaat meedraaien met bijna alle programma's, dus ook alle eetmomenten en ook de avonden hier in de kliniek.", zei Max.

"Het is hier ook wel gezellig hoor!", zei Kay. Ik vond het lief dat hij mij weer gerust wilde stellen. Ik had nooit gedacht dat ik iemand die er zo ‘eng’ uit zag, aardig kon gaan vinden.

Toen we richting de deur liepen zei Max: "Kay, weet je wat we helemaal zijn vergeten? De daggroep."

"O, maar die daggroepers zijn toch niet zo belangrijk", grapte Kay en we liepen naar een deur die gelijk links naast de ingang bleek te zitten.

Kay vertelde dat de daggroep bestaat uit de jongeren die hun klinische periode van 6 maanden(!!!) erop hadden zitten en de andere 6 maanden in de dag-klinische groep, oftewel ‘daggroep’ zouden doorbrengen als vervolg van de behandeling. Om wat meer los te komen van de kliniek zaten zij verder weg van de leefgroepen en hadden zij in tegenstelling tot de leefgroepen geen tv in hun zithoek. Wel hadden ze nog een keuken om ‘lekkere lunches’ te kunnen bereiden volgens Kay.

In de daggroep zelf zaten twee meisjes en een man van middelbare leeftijd met donkergrijs krullend haar. Ze leken een bordspel te spelen aan de eettafel.

"Hai", zei Max tegen het groepje. "Kay en ik zijn Roos en haar vader even aan het rondleiden. Ronald speelt zeker weer vals he?"

"Jaaaa!", riepen de meiden giechelend en zeiden ons gedag. "Ronald, jij bent aan de beurt, let nou eens op", zei een meisje plagend, maar Ronald was opgestaan en liep op ons af.

"Hai, Ronald, ik ben sociotherapeut van de daggroep."

"Roos", zei ik.

"Hallo, Gerard", zei mijn vader.

"Aangenaam!", zei Ronald en ging weer zitten. De meisjes zwaaiden even naar ons en focusten zich weer op hun spel.

Tot mijn opluchting liepen we al snel weer naar buiten om het groepje niet langer te storen, waar mijn vader en ik Max en Kay bedankten voor de rondleiding.

"Tot 10 augustus dan Roos!", zei Max.

Toen we terug naar de auto liepen, voelde ik me alsof ik zojuist had gehoord dat ik veroordeeld werd tot een gevangenisstraf. Het ging dan echt gebeuren. Over iets meer dan een week zou ik al opgenomen worden. In een gekkenhuis. Ik.

Hoe had het ooit zover kunnen komen?

Tags:

Volg mij
  • Facebook Clean
  • Twitter Clean
Hoofdstukken overzicht

Dit verhaal is gebaseerd op een waargebeurd verhaal; mijn verhaal. In verband met privacy zijn de personages en gebeurtenissen geanonimiseerd en gefictionaliseerd.

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now